Zomaar een zomerweekje in Spanje

(1425 woorden)

Vakantie?
Nu ook in Spanje de vakanties en het zomerreces zijn aangebroken, hadden we gehoopt, ook in politieke zin, even van onze rust te kunnen genieten. Dat blijkt echter niet helemaal zo te zijn.

Financiële redding
De economische statistieken van Spanje van het tweede kwartaal werden onlangs bekend gemaakt. Daaruit blijkt dat het Spaanse BNP met 18,5% is ingezakt ten opzichte van het eerste kwartaal, dat al een verlies van 5,2% liet zien. Spanje heeft daarmee de grootste economische terugval in Europa (met een gemiddeld verlies van 12,1% van het BNP) als gevolg van de coronacrisis.

Als gevolg daarvan is de Spaanse regering wanhopig op zoek naar financiële middelen. Ondanks de Europese steun van 140 miljard Euro ‘s, waarvan 73 miljard Euro ‘s aan subsidie en de rest aan leningen, vroeg zij afgelopen Maandag een extra lening van 20 miljard. Dat de regering radeloos is blijkt wel dat zij zelfs de spaartegoeden van de Spaanse gemeenten, een bedrag van tussen de 5 en 14 miljard Euro ‘s, tijdelijk wil vorderen. Ze belooft dat 30% daarvan na 2021 weer worden teruggegeven, zij het in de vorm van specifieke projecten en onder strenge voorwaarden. De rest zal na 2037 weer met rente worden uitgekeerd. Hoewel het overkoepelende orgaan van de vereniging van gemeentes in Spanje hiermee instemde, zijn veel burgermeesters het er niet mee eens dat hun spaargeld zomaar en op korte termijn, nog voordat het Congres zich hierover kan uitspreken, in beslag wordt genomen. De gemeentes worden zo de mogelijkheid ontnomen om de hoge sociale nood te verhelpen die door de coronacrisis is ontstaan. De plaats Deià, Mallorca, was de eerste die hiertegen in opstand kwam en weigert haar met moeite gespaarde geld af te dragen. Tot nu toe zijn er een tiental dorpen en steden die tegen deze maatregel rebelleren.

Vlucht van Juan Carlos I
De aanvraag van de regering om door de Europese Unie financieel gered te worden werd overschaduwd door de vlucht van de voormalig Spaanse koning Juan Carlos I naar het buitenland . De nationale en internationale media vermeldden uitgebreid over het uitwijken van Juan Carlos wegens de vele en grote corruptieschandalen. Juan Carlos schreef in zijn brief aan zijn zoon, koning Felipe VI, dat hij hem niet wilde hinderen in zijn werk als gevolg van ‘enkele misstappen in zijn privé sfeer’.

Met zijn vertrek probeert het Spaanse koningshuis zich van de ondergang te redden. Daarnaast lijkt de vlucht van Juan Carlos een poging om niet aan de Zwitserse justitie uitgeleverd te worden, waar een gerechtelijk onderzoek tegen hem loopt. Zijn verblijf bleef enkele dagen onbekend, maar uiteindelijk wist een Spaanse krant te melden dat hij in één van de duurste hotels wereldwijd, zo ‘n 12.000 Euro ‘s per nacht, in Abu Darib verblijft. Wie dat betaald is onzeker, maar vast staat dat de hotelsuite niet met zijn eigen geld wordt gefinancierd.

Het is politiek gezien onbegrijpelijk dat Juan Carlos I niet formeel uit het koningshuis is gezet, net zoals zijn dochter Infanta Cristina en schoonzoon Urdangarin als gevolg van het Noos fraude schandaal. Hij heeft daarom nog steeds zijn verplichtingen en werpt met zijn vlucht bovendien een smet op het Spaanse koningshuis. De ex-koning van Spanje kreeg met zijn vlucht de hulp van de Spaanse PSOE – Podem/Comu regering. President Pedro Sanchez wilde echter geen uitleg geven over de precieze gang van zaken en beweert dat het een ‘persoonlijke aangelegenheid’ van Juan Carlos I is. Sánchez spreekt de feiten dus tegen want een lid van een koningshuis is een publiek figuur en heeft daarom geen ‘persoonlijke aangelegenheden’. Zeker niet wanneer het zaken betreft die hij enkel en alleen als koning kon doen, zoals het bemiddelen van een Hogesnelheidslijn met het staatshoofd van Saudi Arabië. Hoewel coalitiegenoot Podem niet bij de vluchtoperatie werd betrokken en zelfs niet op de hoogte was, leidt het vooralsnog niet tot een regeringscrisis tussen de coalitiepartners. Zowel de socialistische PSOE als de radicale antimonarchistische partij Podemos-Comu houden het koningshuis de hand boven het hoofd. De spanningen zijn echter nog lang niet uit de lucht en kunnen leiden tot een heuse institutionele crisis dat de staatsfundamenten, het neo-francistische regiem dat in Spanje nog altijd de scepter zwaait, op haar grondvesten kan doen schudden.

Catalaans Parlementair debat
Naar aanleiding van de crisis van de monarchie liet de Catalaanse president Quim Torra het Parlement bijeenroepen voor een plenair debat. Deze vond afgelopen Vrijdag plaats. De Catalaanse onafhankelijkheidspartijen die daar de meerderheid hebben, stemden daarin dat Catalonië geen koning heeft. De Spaanse koning werd reeds in een voormalig debat ter discussie gesteld en door de Catalaanse meerderheid veroordeeld. Deze motie werd later door het Constitutionele Hof ongrondwettelijk werd verklaard. Het secretariaat van het Parlement, bestaande uit juristen die zorg moeten dragen voor de juridische zekerheid over haar functioneren, weigert nu echter om de motie van afgelopen Vrijdag in de Catalaanse Staatscourant te publiceren. Het secretariaat is dus in feite verworden tot de waakhond van de Spaanse justitie binnen het Catalaanse Parlement in plaats dat zij ten dienste staat van dit Parlement en het recht van de kiezers en haar vertegenwoordigers verdedigt. Het editoriaal van de Vilaweb krant ‘Agents d’altri’ (‘Agenten van de ander’, in Catalaans) wordt uitgelegd dat hier de scheiding van de machten duidelijk ontbreekt en daarom de fundamenten van de democratie, zoals deze zijn beschreven door Montesquieu, worden geschonden. De vicevoorzitter van het Catalaanse Parlement heeft te kennen gegeven dat het Parlement soeverein is en dat de motie daarom moet worden gepubliceerd. Desnoods zal hij de aangenomen motie zelf doen publiceren. Het fenomeen is niet nieuw. Momenteel zit de voormalige Parlementsvoorzitster Carme Forcadell voor elf jaar gevangen omdat zij ditzelfde had gedaan met de moties over de referendumwet voor de Catalaanse onafhankelijkheid op 6 en 7 Spetember 2017.

Uitlevering Catalaanse minister cultuur
Vrijdag deed de Belgische rechtbank uitspraak over de uitlevering van de Catalaanse minister van Cultuur tijdens het referendum, Lluís Puig. Hij is net als president Carles Puigdemont en drie andere ministers na het referendum over de Catalaanse onafhankelijkheid op 1 Oktober 2017 naar België uitgeweken. Spanje wil hem uitgeleverd hebben wegens misbruik van belastinggeld als gevolg van dit referendum. In haar uitspraak van afgelopen Vrijdag zegt de Belgische rechtbank dat zij weigert om  hem uit te leveren omdat zij vindt dat het Spaanse Hooggerechtshof niet bevoegd is om de aanvraag voor uitlevering te doen. Zoals zijn advocaat altijd heeft beweerd en de VN Work Group of Arbitrary Detention (WGAD) commissie bevestigde, zou het gerechtelijk proces in Spanje en de aanvraag voor uitlevering door een gewone rechtbank moeten worden gedaan en niet door het Hooggerechtshof. Omdat de rechtzaak door het Hooggerechtshof wordt behandeld, wordt Puig de mogelijkheid ontnomen om in hoger beroep in Spanje te kunnen gaan, wat tot een fundamenteel recht behoort. De uitspraak heeft grote gevolgen voor de andere Catalaanse politici in ballingschap en de veroordeelde Catalaanse leiders. De Belgische justitie impliceert met haar uitspraak dat deze niet door het Spaanse Hooggerechtshof vervolgt en veroordeeld hadden mogen worden. Eerder weigerde de Duitse justitie om Puigdemont aan Spanje uit te leveren omdat zij vond dat Puigdemont geen oproer had gepleegd. De uitspraken van de Duitse en Belgische justitie zijn een grote blamage voor de Spaanse en zullen als argument dienen in het beroep bij het Europese Hof voor de Mensenrechten in Straatsburg. Spanje heeft nu tot vier maal toe getracht om de Catalanen uitgeleverd te krijgen. Er lopen nog aanvragen voor uitlevering tegen Puigdemont en twee van zijn ministers. Zij zijn echter allen lid van het Europese parlement en daarom juridisch onschendbaar totdat dit parlement besluit hun onschendbaarheid op te heffen.

Overlijden bisschop van de armen
De kapelaan van Catalaanse afkomst Pere Casaldaliga, bisschop en vrijheidstheoloog, streed voor de rechten van de Indiaanse bevolking in het Amazonegebied van Brazilië. Tot drie mal toe hebben de rijke grootgrondbezitters hem geprobeerd te vermoorden. Hij moest de vrijheidstheologie en zijn handelen, dat niets meer inhoudt dan wat  Jezus in het Evangelie opdraagt, namelijk het zoeken van rechtvaardigheid en de kant van de zwakken en armen te kiezen, verantwoorden tegenover paus Ratzinger. Hij wilde het land niet verlaten om vaarwel te zeggen tegen zijn moeder omdat hij anders bij zijn terugreis niet meer in Brazilië zou worden toegelaten. Uiteindelijk is hij, dankzij het belabberde zoniet criminele beleid van president Jair Bolsonaro, deze week op 92 jaar het slachtoffer geworden van de coronavirus. De Catalaanse TV3 veranderde haar programma voor de Zaterdagavond en toonde de documentaire ‘Descalç sobre la terra vermella’ (‘Op blote voeten over de rode grond’). Dit verslag laat zien hoe deze zoon van Catalonië in het diepe oerwoud van het Amazone gebied naast het evangelie liet zien dat met vreedzame strijd en volharding de machtigste grootgrondbezitters op de knieën worden gedwongen.

Afegeix un comentari

Deixa un comentari

L'adreça electrònica no es publicarà. Els camps necessaris estan marcats amb *